Deze vrijdag is een drukke dag, aansluitend aan de werkdag moet ik me haasten om op tijd op een bruiloftsreceptie te verschijnen. Dat is geen hobby van mij, bovendien moet ik er een half uur voor reizen met de auto, terwijl ik mij bij voorkeur op de fiets verplaats. Mijn stemming is al verkeerd zodra ik uit bed stapte, misschien een onbewust slechte droom? Ik weet het niet maar het loopt niet deze ochtend.

Hoe dan ook, deze dag staat er dus een receptie op het menu, maar eerst nog een rommelige werkdag. Het begint met een coachingsgesprek met enkele stagiairs. Elke vrijdag is dat een vast punt. Ik vraag dan wat ze hebben gedaan die week, en wat de planning is voor volgende week, hebben ze hulp nodig, is alles duidelijk, enzovoorts. Ik haal daar normaal gesproken veel energie uit omdat ik mensen begeleiden leuk vind, maar vandaag is dat dus lastiger. De stagiairs handel ik routinematig af en al snel geef ik aan dat we weer verder moeten, want we hebben het druk. Dat is zo’n dooddoener die je af en toe als joker in kunt zetten. Soms doe je dat ook tegen elkaar:

‘Joh, druk hè’, wordt er dan tegen je gezegd, of je zegt het tegen een ander.

‘Ja nou zeg’, is dan de reactie die je het best kunt geven of kunt krijgen, want dan slaat het gesprek tenminste meteen dood als bier in een vet glas.

Om stipt twaalf uur betreed ik de kantine om mijn lunch naar binnen te werken, ik verplicht me altijd om daar precies een half uur voor te nemen, ongeacht de drukte. Eerder ging ik altijd even naar huis, maar de pauzetijden werden aangescherpt, en het liefst heeft men dat je helemaal geen pauze neemt. In de haast van vanmorgen heb ik wat kleine appeltjes van de fruitschaal genomen, wat boterhammen belegd en snel in het trommeltje gefrutseld. Ik haal mijn boek uit mijn tas, tap een kop koffie, stal mijn lunch uit en begin aan het ritueel. Het voordeel van dit vroege tijdstip is dat je niet gestoord wordt door medelunchers, de meesten zoeken gezelligheid ten koste van mijn leestijd. 14 bladzijden ben ik verder in mijn boek, de boterhammen hangen ergens in het verteringskanaal en het is tijd voor het fruitonderdeel. De appeltjes die ik heb meegenomen zijn wel erg klein, daarom heb ik er vijf meegenomen, zal wel een nieuw soort ras zijn, men wil je altijd weer nieuwe dingen aansmeren om daar zelf beter van te worden. Handel heet dat. Je hebt al kleine tomaatjes, kleine komkommertjes en nu dus kleine appeltjes. Twee happen en ze zijn weg, inclusief klokhuis. Dat is een gewoonte van mij, dat heb ik ooit iemand tegen wie ik opkeek zien doen, en diens voorbeeld volg ik sindsdien. De appel gaat op tot het stokje en zelfs daar kauw ik nog een kwartier op totdat het stompje overblijft. Vroeger zei men mij dat je dat niet moet doen, want anders ontkiemen de appelpitjes in je darmen en gaan er appelboompjes in je lijf groeien. Anderen vertellen dat de appelpitjes in je blindedarm ophopen en tot een ontsteking leiden. Het heeft me er niet van weerhouden om door te gaan met compleet consumeren van de malus. Op het laboratorium krijg ik altijd commentaar: ‘Weet je wel dat er cyanide in de pitjes zit waar je wel aan dood kunt gaan?’

Ja dat weet ik wel, compleet met de biochemische achtergrond, dat is immers mijn vak, toch weerhoudt het me niet om dergelijke lage concentraties tot mij te nemen. Als je op een appelpitje kauwt, smaakt het namelijk naar amandelen en wie lust dat nu niet?

De smaak van de appeltjes vallen me vies tegen, het is niet de zoetzure smaak die ik zo waardeer van appelen. Maar weggooien, nee dat doen we niet. Enkele collega’s komen binnen en zetten zich aan mijn tafel zoals dat gebruikelijk is. Ik zet mijn tanden in het derde appeltje.

‘Wat eet jij nou’, klinkt een van de collega’s een beetje onthutst.

‘Gewoon een appeltje, vanmorgen van de fruitschaal gepakt.’

‘Man dat is een sierappeltje, die moet je niet eten, die zijn alleen voor de decoratie!’

Deze bemoeienis is de reden dat ik altijd zo vroeg mogelijk ga eten zodat ik dit voor ben. Aan de andere kant heeft bemoeizucht soms een positieve kant, zoals in dit geval. Ik staak met mijn happerij en gooi de rest weg.

‘Ik vond ze al zo smakeloos’ probeer ik me uit de situatie te redden, maar kan me niet aan de indruk onttrekken dat mijn imago een deuk heeft opgelopen.

Ingetogen ga ik aan het werk en probeer zo weinig mogelijk op de voorgrond te treden, zo wordt het vanzelf tijd om te vertrekken. Met enige spoed ga ik dan naar de feestlocatie om het prille bruidspaar te feliciteren en de enveloppe met nietszeggende inhoud te overhandigen voor deze prestatie. Het klinkt allemaal niet bijster positief, maar eigenlijk valt het wel mee, en stiekem is het ook wel leuk om weer al die bekenden tegen te komen op een soortgelijk evenement, beter hier dan bij een uitvaart! Ik verdenk de vader van de bruid dat hij deze happening heeft gearrangeerd, hij is van Duitse komaf en het moet vooral groots en veel zijn. De stukken gebak bij de koffie liegen er niet om tot mijn vreugde, dat dan weer wel.

Drank is mij vandaag niet aan mij besteed, want ik moet nog terug met de auto, terwijl ik bij deze gebeurtenissen altijd wel een beetje alcohol kan gebruiken om wat los te komen. Ik zou zelfs met de polonaise mee kunnen doen als alle radertjes goed draaien. Maar dat is maar zelden, meestal zit er nog wat stof of roest tussen. Nu is dit geen feest maar een lange receptie, dus van polonaise is gelukkig geen sprake. Een aangename afronding van de receptie vormt een koud buffet en dat is wel weer fijn zodat je thuis niet ook nog eens moet koken of op een andere manier aan je voedsel komen. De inhoud van de enveloppe betaalt zich zo wel uit! Zoals gezegd, waarschijnlijk zijn de opbrengsten voor het bruidspaar en de kosten voor de ouwelui.

Onopvallend schuifel ik in de rij bij het koude buffet (toch een beetje polonaise), hier een kwak opscheppend en daar ook nog wat van, totdat het bord aardig gevuld is met blaadjes sla en duistere mengsubstanties. Met bord terug naar de plek en dan weer terug omdat ik het bestek ben vergeten. Hopelijk heeft niemand dat gezien! Met enkele bekenden om me heen praten over van alles en nog wat en lovende woorden voor de producent van het buffet. De lading van het bord wordt gestaag gelost. En het smaakt ook prima, totdat ik een glimmend zwart object ontdek tussen de hoopjes voedsel en dat geen onderdeel uitmaakt van de compositie. Een grote zwarte tor heeft ook de kunsten van de cateraar ontdekt en maakt dankbaar gebruik van de voedseluitstalling. Dat deze nou net op mijn bord moet belanden vind ik zelf wat minder. Een lichte paniek maakt zich van mij meester, wat moet ik nu doen. Daarover nadenkend ga ik maar gewoon door met het eten en omzeil de regio waar zich de zwarte tor ophoudt. Ik kan het niet laten om toch met één van de tafelgenoten te overleggen wat ik het beste kan doen. Ik wil noch het bruidspaar, noch hun ouders in verlegenheid brengen. Om naar de keuken te gaan en daar discreet het probleem neerleggen, daarvoor mis ik de ballen, ik zou dan alsnog kunnen opvallen. Kop in het zand dus (of met de tor te spreken: kop in de schotel). Mijn tafelgenoot lijkt me alleen te laten in deze problematiek, die is van mij en niet van hem, bovendien heeft hij zijn bord leeg en is al op weg voor de tweede ronde.

Uiteindelijk manoeuvreer ik de tor onder een groen blad sla en druk met mijn vork op het pantser, dat hoorbaar een krakend geluid maakt. Vork en mes leg ik verankerd op de plek waar het insect zich begeeft en ga er van uit dat het probleem is opgelost. Ik vervolg mijn conversaties en kijk af en toe met een schuin oog naar de verdachte locatie op mijn bord. Ik zie dat dat de vork beweegt; een krakend pantser betekent nog niet een dode tor. Ik besluit dan ook maar voor een tweede ronde te gaan, dan kan ik me misschien ontdoen van de tor door een nieuw bord te pakken. Helaas zijn de bordjes op en moet ik die tweede ronde op hetzelfde bord parkeren. Met de meeste onopvallendheid probeer ik me dan te ontdoen van de tor, door het blad sla van mijn bord te schuiven en per ongeluk op een van de schalen te laten landen. Dat lukt zowaar en deze tweede ronde is inderdaad torloos, hoewel ik een bijsmaak niet kan verloochenen.

Even later doet iemand een vreselijke ontdekking:

‘Whaaaaha, er loopt een best door het eten.’ Snel komt een caterknecht om de schaal in zijn geheel te verwijderen. Vanuit mijn ooghoeken zie ik naarstig overleg tussen bruidsvader en de cateraar en waarschijnlijk zal er een zakelijk voordeeltje voor de betaler geregeld zijn. Het fijne weet ik er niet van, wel dat de receptie onvergetelijk is.